Introductie en biografie

De kunstschilder Harry Koolen heeft een omvangrijk oeuvre nagelaten: portretten, landschappen, religieus werk, geschilderd en getekend.
Het merendeel bevindt zich in particuliere collecties en is niet openbaar toegankelijk.
Deze website vormt een verkenning van het werk van deze artiest.
Deze site is niet chronologisch of naar stijlkenmerken opgezet maar veeleer grof thematisch. Het pretendeert geenszins een volledigheid in werken na te streven, maar wel een representatief beeld te geven van leven en werk.

alb-09-foto800

Beknopte biografie

Harry Koolen wordt op 22 juni 1904 in de gemeente Meerssen geboren, als jongste zoon van het daglonersgezin van Antonius Koolen en Maria Huijts. Rond 1918 (vanaf zijn 14de jaar) behoort hij tot een groep jonge leerlingen die hun eerste kunstzinnige vorming ontvangen van Jan van Puijenbroeck, een Antwerpse schilder die tijdens de oorlog '14-'18 was uitgeweken naar Nederland en gastvrijheid genoot in de gemeente Meerssen.
Tot die groep behoren eveneens: Charles Eyck, Henri Jonas, Hub Levigne, Alfons Volders, Pièrre Klein, Joseph Tielens en Henri Schoonbroodt.

De zeer jonge en gedreven Harry Koolen vertrekt op 16-jarige leeftijd samen met de zeven jaar oudere Charles Eyck naar Amsterdam, om daar aan de Rijksacademie te gaan studeren. Hij is echter te jong om toegelaten te worden tot de academie, waardoor hij genoodzaakt is om zich met allerlei baantjes in leven te houden. Van 1922 tot 1926 studeert hij aan de Rijksacademie te Amsterdam onder de professoren Jan Hendrik Jurres, Nicolaas van der Waay en Hendrik Jan Wolters. Directeur destijds was Prof. Dr. Antoon Derkinderen.
De gemeente Meerssen kent hem zelfs een jaarwedde toe. De resterende kosten moet hij zelf betalen.

In Amsterdam ontmoet hij Ali Smit met wie hij in 1928 trouwt. Deze had reeds een dochtertje (Rita) uit een eerder huwelijk, waarover hij het voogdijschap verkrijgt.
Uit dit huwelijk worden drie kinderen geboren, te weten Marco, Mirjam en Tom. Het gezin woont geruime tijd aan de Prinsengracht.
In 1929 (hij is dan 25 jaar) vestigt hij zijn reputatie als portretschilder met een portret van zijn vriend en collega Hubert Levigne, waarvoor hij de Therèse Schwartze-prijs ontvangt. Dit levert hem f 600,- op, een heel bedrag voor die tijd en zeker voor een jonge kunstenaar. Maar nog belangrijker is de publiciteit die de prijs met zich meebrengt en de daaruit voortvloeiende opdrachten voor het maken van portretten.

Vele exposities volgen zoals in Amsterdam, Maastricht, Tilburg, Nijmegen, Venlo, 's Gravenhage en Breda.
Niet alleen nationaal maar ook internationaal zoals in Duitsland (Keulen en Düsseldorf) en in Engeland, alwaar zijn werk opgenomen is in een grote reizende tentoonstelling samen met dat van J. Sluijters, Ch. Toorop, C. Willink, D. Ket en P. Mondriaan.

Terwijl Harry Koolen woont en werkt in Amsterdam, houdt hij een pied-à-terre in Limburg. Hij verblijft op verschillende plaatsen in Limburg waaronder Maastricht, Eymael (België), Houthem en in de molen van Rothem. Tijdens de oorlog verschaft Harry Koolen zowel in Amsterdam als in Limburg gastvrijheid aan diverse vrienden die op dat moment hun beroep niet vrij kunnen uitoefenen, onder wie de violist Herman Salomon, en de toneelspelers A. Defresne, Albert van Dalsum en Jo Sternheim. Hij heeft in deze periode Sternheim geportretteerd. Dit schilderij maakt momenteel deel uit van de portretgalerij van de Stadsschouwburg in Amsterdam. Het huwelijk met Ali komt voor de oorlog danig onder druk te staan. Het paar leeft al praktisch gescheiden sinds 1940. Uiteindelijk komt het tot een definitieve scheiding die in 1946 wordt uitgesproken.

Gedurende de tweede wereldoorlog woont en werkt hij zowel in Amsterdam als in Limburg. Nadat in 1944 tijdens de bevrijding van Houthem een verkeerd afgeworpen brandbom zijn atelier en het zich daarin bevindende werk en materiaal volledig verwoest, keert hij aan het eind van de oorlog van het reeds bevrijde Limburg terug naar het nog steeds bezette Amsterdam, in de veronderstelling dat de bevrijding van het noorden niet lang op zich zal laten wachten. Helaas een verkeerde inschatting. In Amsterdam maakt hij zodoende de hongerwinter mee.
Broodmager en straatarm keert Harry Koolen na de oorlog terug naar Limburg.
Dit keer niet naar het heuvelland maar naar de oostelijke mijnstreek. Het opbloeien van de industrie, met als voorloper de Limburgse mijnen als leverancier van de benodigde energie in de vorm van steenkool, zou ook een kunstenaar de nodige opdrachten kunnen opleveren.

De eerste expositie van Harry Koolen na de oorlog vindt echter plaats in september / oktober 1945 in het Rijksmuseum te Amsterdam. Deze groepsexpositie draagt het thema "Kunst in vrijheid".

Direct na de oorlog documenteert hij op een indrukwekkende wijze de slachtoffers van de holocaust. Deze tekeningen zijn opgenomen in het boek "Menschen aan flarden" van Frits Dohmen, dat uitgegeven is door boekhandel Winands te Heerlen in het jaar 1946.

Op zoek naar een atelierruimte wordt hij door de gemeente Heerlen op het leegstaande kasteel Terworm geattendeerd, waar hij in 1946 gaat werken en wonen. Vanaf die tijd mengt hij zich ook in het culturele leven van Heerlen. Zo bezoekt hij bijeenkomsten bij Mw. Meuleman, echtgenote van de toenmalige directeur van de vroedvrouwenschool. Huize Meuleman geldt als een trefpunt van kunstenaars en intellectuelen.
In 1946 houdt hij een expositie in het nieuwe gemeentehuis van Heerlen, ontworpen door Ir. F. Peutz.

Harry Koolen treedt in het huwelijk met Bep Mous, die hij heeft leren kennen bij de familie Meuleman. Uit dit huwelijk zijn vier kinderen geboren, nl. Harry (jr.), Lucas, Marijke en Hanneke.
Samen met zijn vrouw Bep onderneemt hij vele studiereizen naar Frankrijk, Italië en Ierland.
Omstreeks 1958 maakt hij een uitgebreide documentatie in schilderijen en tekeningen van het mijnbedrijf. Hij belicht hierin met name het zware werk en leven van de mijnwerker zowel boven- als ondergronds.
Hij blijft talloze portretopdrachten uitvoeren, onder andere van leidinggevende figuren van DSM en Philips, Koningin Juliana (1947, gouvernement), diverse burgemeesters en bisschoppen.
Naast portretten en religieuze onderwerpen schildert hij ook vrije figuraties, Limburgse volksgebruiken, landschappen, steden en bloemstukken.
Voor Swinkels B.V. gevestigd te Bree (België), een fabriek in gordijnstoffen, ontwerpt hij jarenlang dessins.
Verder maakt hij omvangrijke wandschilderingen voor onder andere de Brand bierbrouwerij te Wijlre (1937), het gebouw van de luchtmachtstaf te 's Gravenhage (1956), de abdij van Middelburg (1957), de melkfabriek Campina te Eindhoven (1960) en de PTT (1967) eveneens te 's Gravenhage.

Harry Koolen heeft geschilderd tot aan zijn dood.
Op 26 januari 1985 overlijdt hij op 80-jarige leeftijd op Terworm te Heerlen in zijn ziekbed, dat opgesteld stond in zijn atelier temidden van zijn laatste schilderijen.

 

 

JoomShaper